Vietnam Oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Frankrijk al snel in botsing met haar koloniën in Indo-China. In 1946 werd de Vietnamese stad Tonkin gebombardeerd door de Fransen. Hierop volgde een strijd tussen de Vietminh, een Vietnamese bevrijdingsgroep onder leiding van Ho Chi Minh, en het Franse leger. De Verenigde Staten steunden de Fransen in haar strijd tegen de Vietminh.

Frankrijk en haar  koloniën
In 1954 werd er uiteindelijk een wapenstilstand gesloten tussen beide kampen. In het akkoord van Genève werden er vervolgens een aantal afspraken gemaakt. Vietnam zou tijdelijk in twee gebieden verdeeld worden en in 1956 zouden nationale verkiezingen weer moeten leiden tot één Vietnam. Ho Chi Minh en zijn communistische regime bezetten Noord-Vietnam, terwijl de Zuid-Vietnamezen gesteund werden door de Amerikanen. Verwacht werd dat de verkiezingen uit zouden lopen op een overwinning voor de communisten. De Verenigde Staten lieten het echter niet zo ver komen. Zij boycotten de verkiezingen, met als reden dat eerlijke verkiezingen toch niet mogelijk zouden zijn.

Oorlog breekt uit
In 1957 brak er een oorlog uit tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Het Noord-Vietnamese leger werd gesteund door de Vietcong, een communistische guerrillabeweging.  Zuid-Vietnam werd militair en financieel ondersteund door de Verenigde Staten, die wilden voorkomen dat Vietnam in zijn geheel communistisch zou worden. De angst bestond uit de gedachte dat buurlanden Laos en Cambodja op den duur ook communistisch zouden worden. Deze visie wordt ook wel de dominotheorie genoemd. 
Aanvankelijk was Ngo Dinh Diem aan de macht in Zuid-Vietnam, met goedkeuren van de Amerikanen. Echter, naarmate de oorlog voortduurde, werd duidelijk dat Diem er een dictatoriaal bewind op na hield. Hij steunde vooral de katholieke minderheden, deed niets aan armoede en corruptie en benoemde vrienden en familie op hoge functies. De Amerikanen drongen bij de Zuid-Vietnamezen hierop aan op een staatsgreep, die uiteindelijk in 1963 het leven kostte van Diem.

VS stuurt meer troepen
In 1964 vroeg president Lyndon B. Johnson om meer bevoegdheden voor de militairen in Vietnam. Als ‘bewijs’ voor de agressieve houding van de Noord-Vietnamezen werden twee incidenten in de Golf van Tonkin uitgelicht. Er bestaat tot op de dag van vandaag twijfel of deze incidenten daadwerkelijk plaats hebben gevonden. Het congres stemde uiteindelijk in, wat betekende dat de Amerikanen militair een vrijbrief hadden in Vietnam.

Sindsdien groeide het aantal Amerikaanse militairen in Vietnam snel. Echter, de Vietcong bleek een taaie tegenstander die de VS niet onder controle kregen. De tegenstanders van de oorlog in de Verenigde Staten en Europa protesteerden massaal tegen het militaire optreden van de Amerikanen in Vietnam.

Tet-Offensief en einde oorlog
De belangrijkste aanleiding voor de uiteindelijke terugtrekking uit Vietnam was het Tet-offensief van 1968. De Vietcong viel maandenlang belangrijke Zuid-Vietnameze posten aan teneinde de vijand te verrassen. De Amerikanen sloegen evenwel hard terug, waardoor de Vietcong ernstig verzwakt werd. In de Verenigde Staten werd echter steeds harder geroepen voor terugtrekking uit Vietnam. De meeste mensen zagen het zinloze van de oorlog in. Uiteindelijk besloot President Johnson in 1968 tot geleidelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen en stemde hij in met vredesonderhandelingen. In 1975 waren alle Amerikaanse troepen uit Vietnam verdwenen.

E-Book Koude Oorlog